Van restgroen tot archeologisch park
Toen werd besloten het regionaal opstelterrein voor treinen van NS en Arriva vanuit het centrum van Groningen te verplaatsen naar het buitengebied van buurgemeente Haren, was de verontwaardiging in Haren groot. Niet voor het eerst leek de grote stad zijn problemen bij de buurman neer te leggen.
Daarop werd afgesproken dat het opstelterrein niet tot overlast voor de bewoners mocht leiden.
Aanvankelijk lag de focus op ‘het beperken van de schade’, op de bouw van een hoge muur of aarden wal, die dan vervolgens landschappelijk moest worden aangekleed.
Toen tijdens de voorbereiding tot een ieders verrassing bleek dat het opstelterrein op een archeologische schatkamer zou worden ontwikkeld, met vindplaatsen van late steentijd, via bronstijd en ijzertijd tot in de late middeleeuwen, werd de focus verlegd naar ‘het benutten van kansen’.
De aanleg van een geluidskering is gecombineerd met de ontwikkeling van archeologisch natuurpark.
Er is meer grond verworven waardoor een groter gebied beschikbaar is voor het versterken van de recreatieve gebruiksmogelijkheden, de verbetering van de agrarische bedrijvigheid (een nieuwe veetunnel onder het spoor) en verbreding van de natuurdiversiteit (bos, water, moerasoevers, hakhout, kruidenrijke graslanden, poelen voor de rugstreeppad).
Hier ligt een gebied waar mensen uit de omgeving kunnen wandelen en tijdens hun wandeling een verscheidenheid aan natuurbeelden beleven. Een gebied waar het voor de rugstreeppad nog altijd goed toeven is en waar ook andere soorten een goed leefgebied vinden. Maar ook een gebied waarin de gelaagdheid van het verleden herkenbaar aanwezig is, dat de mensen vertelt dat de bewoningsgeschiedenis van dit gebied veel verder terug gaat dan dat men tot voor kort voor mogelijk had gehouden.